Paul woont al twaalf jaar in de wijk. Al is de Afrikaanderwijk niet bepaald ‘moeders mooiste’, Paul is een positieve bewoner met veel vertrouwen in de toekomst. Hij komt geregeld langs op de tuin, zomaar even om een praatje te maken of om een stekje uit zijn volkstuin te brengen.
Paul: ‘Ik vind dit een prachtwijk, met gigantische mogelijkheden. Binnenkort wordt begonnen aan de bouw van Parkstad, een nieuwe wijk, op deze plek. Parkstad moet een verbinding gaat vormen tussen de kop van Zuid, de wijk Feijenoord en de Afrikaanderwijk. Er komen zo’n 1200 nieuwe woningen, er komen scholen, winkels, een zwembad, parkjes, noem maar op. Veel bewoners hier in de wijk vinden het maar niks, want het betekent ook dat er straks meer huur betaald moet worden. Deze wijk heeft zo’n 10.000 inwoners, met 42 nationaliteiten. Veel bewoners hebben het niet breed, en kijken dus allereerst naar de eigen portemonnee. Maar daar wordt de wijk natuurlijk niet beter van. Er is tien jaar discussie over geweest over Parkstad, tussen Vestia, de deelgemeente en bewoners, en nu gaat het eindelijk gebeuren: ik vind het prima. Eerlijk is eerlijk, er moet ook wat gebeuren, want de woningen die hier nu staan zijn gewoon bar slecht.
Prima!
Neem deze plek, de Afrikaandertuin. Hier waren vroeger vier dealpanden. Die zijn weg, dus dat is al prettig. Nu kunnen we genieten van het park en over vijf jaar staat hier betaalbare nieuwbouw. Prima! Een gezellige, groene wijk met de markt als centrum, zo zie ik de toekomst, helemaal goed. Laten we eerlijk zijn, de Afrikaanderwijk is nu een beetje het afvoerputje van Rotterdam. Maar het zou mooi zijn als hier iets nieuws zou kunnen verrijzen.De Afrikaandertuin als tussenoplossing vind ik een leuk initiatief. Ik vind het mooi dat de kids in de wijk via deze tuin iets van de natuur mee krijgen, want veel natuur is hier niet. Daarbij vind ik het leuk hoe Franklin de boel begeleidt, hoe hij met de kinderen bezig is. Als je ze op deze leeftijd kunt bereiken heeft het nog zin. Er komen hier veel jonge kinderen een beetje keten, ze zijn niet echt makkelijk! Maar hij gaat daar leuk mee om.’
Ondertussen zijn twee hyperactieve deugnieten van rond de vijf jaar bezig een plant te ontwortelen. ‘Laat effe in de grond staan, jongens!’, roept Paul. Even later is hij bezig aan één van de knulletjes uit te leggen hoe een bloem groeit, hoe dat werkt met wortels enzovoorts. Reuze interessant!